KRALINGEN

 

 

                                                             

 

Geschiedenis: Het verdwenen dorpje Cralinghen


Kralingen is ontstaan ergens rondom de 12e eeuw. Door de drooglegging van de Prins Alexanderpolder -die in de 19e eeuw is ontstaan door de drooglegging van een groot plassengebied- is het resultaat van een eeuwenlange vervening. Te midden van deze plassen lag het verdwenen dorpje Kralingen dat vermoedelijk zijn naam ontleend aan het geslacht van Cralinghen.

De heren van Cralinghen woonden op het slot Honingen dat tussen de 's-Gravenweg en de Oostzeedijk stond ter hoogte van de Hoflaan en in 1233 gebouwd was door Hugo van Cralinghen, ridder en stadhouder van Holland. In 1672 werden de restanten van het slot opgeruimd.

Het centrum van het dorp Kralingen, ontstaan in de middeleeuwen, lag op de plaats van de huidige begraafplaats Oud-Kralingen. De belangrijkste weg door het dorp was de Veenweg, die aan de oostzijde uitkwam op de Oostkade en aan de westzijde op de toenmalige Kortekade (nu Plaszoom). Aan de Veenweg stonden de openbare gebouwen zoals de kerk, gebouwd omstreeks 1550 en gewijd aan de heilige Lambertus, verder het Heilige Geest- of armenhuis, het ambachtshuis tevens in gebruik als herberg en een school.

De bewoners leefden van de veeteelt, de visserij, het rietsnijden en de turfwinning. Vooral de turfwinning bood veel mensen werk omdat turf de enige brandstof was die in ruime mate voorhanden was. Het gevolg van het vervenen is geweest dat grote stukken land geleidelijk in water veranderden.